Modulebeschrijving Wijnbouw

Terug naar overzicht modulebeschrijving  

Vragen uit het Examen Magister Vini 2007

Casus 1

De kwaliteit van wijndruiven op het moment van de oogst wordt traditioneel uitgedrukt in het suikergehalte. Voor blauwe druiven kan men naast dit basisgegeven ook andere rijpingsindicatoren aangeven. Voor een goede beoordeling van de kwaliteit van de blauwe druivenoogst kan een moderne wijnmaker hier rekening mee houden. Beantwoord op beknopte wijze de volgende vragen:

a. Geef de rijpingsindicatoren weer en omschrijf hun bestanddelen
b. Beschrijf de kwaliteitsinschatting per rijpingsindicator.

Casus 2

De factoren bodem, klimaat en wijnstok zijn van grote invloed op de uiteindelijke kwaliteit van de wijn.

Zijn deze factoren van gelijk gewicht of is één factor dominanter dan de ander naar uw mening?

Motiveer uw keuze en geef voorbeelden.

Casus 3

Water lijkt het sleutelwoord in de wereld, ook in die van de wijn.

a. Welke rol speelt water in de wijngaard?
b. Hoe kan de wijnbouwer waterproblemen voorkomen en/of verhelpen?
Geef voorbeelden waar welke oplossing wordt toegepast.

Casus 4

Wijngaarden verschillen in plantdichtheid.

a. Wat zijn de motieven voor deze verschillen?
b. Wat kan het effect zijn op de kwaliteit van de druif?

Geef in uw antwoorden concrete voorbeelden.

 

Terug naar overzicht modulebeschrijving